Angst en Haat: slechte raadgevers

In het vliegtuig vanuit Tel Aviv (Jaffa) heb ik de kans gehad na te denken over de laatste twee maanden. Mijn laatste dagen in Nablus passeerden de revue terwijl ik met een voormalig Israëlische veiligheidsbeambte sprak en tijdens mijn vlucht een interessant gesprek had met twee Joodse meisjes uit een kibboets dichtbij Gaza. Zij vertelden me over hun reisplannen naar Afrika. Terwijl ik dit allemaal aanhoorde dacht ik terug aan mijn gesprekken met Nour die me vertelde over het feit dat ze trots was op haar zoontje van vijf die in de toekomst graag zou willen sterven als martelaar. Nu ik tussen twee vluchten in de tijd zit te doden in een koffiebarretje op het vliegveld kan ik maar één ding concluderen. Iedereen heeft zijn eigen achtergrond, iedereen wordt beïnvloed door de beperkte hoeveelheid nieuws die zijn/haar wereld inkomt en er zijn maar weinig mensen die zomaar, omdat ze dat leuk vinden, moorden plegen.

Ik vond het prettig en verhelderend om de Joodse kant van het verhaal te horen (er zijn geen Joden in Nablus dus die kant ontbreekt daar nogal) dus het was interessant om met die man en de twee meisjes te praten over Israël en het voortgaande conflict. De meisjes hebben hun leven lang in een kibboets gewoond. Beiden hebben niet in dienst gezeten, maar hebben door middel van een smoes hun sociale dienstplicht vervuld: een jaar lang werken met gehandicapte kinderen. Ze vertellen me over hun wens tot vrede maar het feit dat hen dit onmogelijk lijkt. Israël probeert het vredesproces te stimuleren (hoe? dat was me niet helemaal duidelijk) maar de constante dreiging die vanuit Gaza komt maakt dat zij niet geloven in vrede. Ze hebben geen hekel aan Arabieren maar haten Hamas (de machthebber in de Gazastrook) was eigenlijk de bottom-line van hun verhaal.

De man die ik spreek in op het vliegveld groeide op in een settlement in de buurt van Jeruzalem. Hij heeft drie jaar in dienst gezeten en daarna 3 jaar voor de binnenlandse veiligheidsdienst gewerkt. Ik kan eigenlijk niet anders concluderen dat ik hier met een rasechte zionist spreek. Ik ben verbaasd als hij zegt dat hij zichzelf als een links-georiënteerde Israëliër ziet. Hij heeft niets op met de politiek van Bibi (Benjamin Netanyahu) en vertelt me eerlijk dat hij een hekel heeft aan het gevoel van superioriteit van veel Joodse mensen. Tegelijkertijd vertelt hij me hoe gevaarlijk de Arabische wereld is voor Israël. De Joden worden omringd door mensen die het bloed van de Joden wel kunnen drinken. Ik vraag hem waarom dat zo zou zijn. “Die mensen vinden dat wij hun land hebben afgepakt en willen dat terug”. ‘Aha. Is dat het?´vraag ik hem. “Ja, maar wij hebben recht op dit stuk land” vervolgt hij. Ik bedenk me dat dit iets is dat hem altijd is verteld.

 Mijn tijd met Nour in Nablus was heftig en interessant. Ze is geïnteresseerd in het leren van Spaans en wilde mij daarom helpen met mijn lessen op de universiteit in Nablus. Nour komt uit Gaza-stad en is naar Nablus gekomen vanwege haar huidige partner met wie ze drie kinderen heeft. De afstand tot haar geliefde familie is hemelsbreed op slechts 3 uur rijden van Nablus. De werkelijkheid is anders, haar familie kan Gaza niet verlaten en zij heeft geen toestemming haar familie te bezoeken. Haar kinderen hebben hun grootouders en rest van de familie nog nooit gezien. Dit alles uiteraard door de bezetting en beperkingen die door de Israëlische autoriteiten worden opgelegd.

Nour en ik hebben het over Nakba (=de ramp, het feit dat miljoenen Palestijnen tijdens de oorlog van 1948 van huis en haard zijn verdreven) en de jaren die zij hier in Nablus heeft doorgebracht. Ze vertelt me over de verscheidene keren (ze wist niet meer precies hoe vaak) dat Israëliërs haar huis binnenkwamen en alles kort en klein sloegen. Haar kinderen, toen 4 en 5 (de jongste was nog niet geboren), waren hiervan meerdere malen getuige. Ze vertelt me over haar man die, terwijl er sprake was van huisarrest voor alle mensen in Nablus, de straat op ging om brood te halen (tijdens de lange periode van huisarrest raakte hun eten op). Dat kwam hem duur te staan, een Israëlische scherpschutter (vanuit de plek waar we ontbijten wijst ze me de plek aan) raakt haar man in zijn gezicht. Hij heeft geluk en raakt slechts blind aan één oog.

De meisjes in het vliegtuig hebben veel mooie plannen. Ze vliegen naar Ethiopië en reizen voor een jaar rond door Afrika. We hebben het over Gaza en de situatie daar. Ik houd me van de domme en vraag hoeveel mensen er in Gaza wonen. “Is het een groot stuk land?”. “1,5 miljoen mensen heb ergens gehoord. Klopt dat?” ‘Dat kan wel eens kloppen’ bevestigen ze beiden al knikkend. “Oei” speel ik geschrokken “het moet moeilijk zijn om met zoveel mensen op zo weinig grond te wonen.” ‘Ja inderdaad, erg moeilijk’. “Frustrerend” mompel ik erachteraan. ‘Ja, ook dat’ vinden zij. Ze vertellen me dat ze begrijpen waarom de mensen daar zo kwaad zijn.

We praten over Hamas en aangezien ik speel dat ik er niets van weet leggen ze me uit hoe deze terroristische organisatie te werk gaat. “Ze beschieten Israël vanuit huizen waarin families wonen omdat ze weten dat wij geen onschuldige mensen willen doden”. “En als er dan per ongeluk burgerdoden vallen door Israëlische acties komen wij altijd weer negatief in het nieuws”. “Israël is een zwart schaap in de wereld” vertrouwen ze me toe. Israël als het zwarte schaap in de wereld? Voor mij is het een nieuw perspectief maar de meisjes lijken dit oprecht te geloven. Blijkbaar hebben ze het idee dat alles en iedereen tegen Israël is.

De man heeft soortgelijke verhalen. Hij vertelt over de humane manier van oorlog voeren door Israël en zijn wens tot het maken van vrede. Ik sta op het punt hem te vertellen over de getraumatiseerde kinderen in Balata (een vluchtelingenkamp in Nablus) die Israëlische soldaten door hun muren hebben zien komen, hun ouders die voor hun ogen in elkaar worden geslagen en de klappen die kinderen van 10 hebben moeten ontvangen van aggressieve Joodse kolonisten. Ik realiseer me dat de verhalen die de man mij vertelt hem naar alle waarschijnlijkheid zijn aangeleerd. Ik ben er zeker van dat wanneer ik mijn mening en ervaringen deel ik zal worden gezien als iemand aan de kant van de arabieren en daarmee als antisemiet, een jodenhater. Vanuit mijn ‘toeristenrol’ ga ik dus verder met het stellen van vragen.

Nour hoopt dat er ooit vrede zal zijn en uit dit gevoel met een prachtig cadeau dat me diep raakt. Een kunstwerk waarin christenen en joden samen leven in Jeruzalem. De hoofdstad van Palestina. Het is onnodig te vragen waarom er geen Joden op het schilderij te zien zijn. Er is teveel gebeurd. Het is triest om te realiseren dat de achtergrond en verschrikkelijke ervaringen van Nour worden doorgegeven aan haar kinderen waardoor haat en angst van generatie op generatie blijven bestaan. Het is begrijpelijk maar enorm triest dat dit de werkelijkheid is. Zulke lieve mensen maar zo’n uitzichtloze situatie.

Zo hebben al deze mensen hun eigen verhalen en hun eigen achtergrond. Een achtergrond die zeer sterk is bepaald door het nieuws dat zij te horen krijgen (en belangrijker, het nieuws dat zijn NIET te horen krijgen). De Joodse mensen die ik spreek zijn doordrongen van angst voor alles wat niet-Joods is. Angst is een slechte raadgever denk ik. De meeste Palestijnen die ik spreek hebben door al de vreselijke ervaringen die ze hebben met Israëlische soldaten niets op met Joden. De verschrikkelijke muur door de Westelijke Jordaanoever, de Israëlische apartheid (ja mensen, die twijfelachtige eer is niet slechts besteed aan Zuid-Afrika) en de Israëlische settlement-politiek dragen niet bij aan meer begrip voor de andere kant van het verhaal maar verbreden slechts het gat en vergroten de haat tussen twee bevolkingsgroepen die door de eeuwen heen hebben bewezen met elkaar te kunnen samenleven. Ook haat is een slechte raadgever. Het is een vicieuze negatieve spiraal waarvan ik me afvraag hoe deze  ooit moet worden doorbroken.

Terwijl ik in de trein zit op mijn weg terug naar het rustige en overzichtelijke Achterhoek kijk ik naar de groene velden en de mensen die rustig naar hun werk gaan. 24 uur geleden zat ik nog in conservatief Nablus en had ik het over kinderen die worden grootgebracht met haat en angst. Het contrast kan bijna niet groter. Ik  realiseer me wat een toeval en geluk het is dat ik in Nederland ben geboren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s